Het schrijven van spelregels is een hele kunst. Het moet voor iedereen duidelijk zijn zonder dat je het zelf moet uitleggen. Hoe zet je spullen op, hoe begin je en wanneer is het afgelopen. Om de lezer van jouw regels een beetje op te warmen kun je een kort verhaal schrijven waar het spel in het kort over gaat en welk boek je hiervoor gebruikt hebt. Daarna wil de speler van jouw spel meestal weten wat je allemaal nodig hebt en wat er allemaal bij jouw spel hoort. Maak een duidelijke lijst en noem alles netjes onder elkaar op. Als je iets speciaals hebt gemaakt, dat je een bepaald figuur, fiche op een bepaalde manier moet knippen of lijmen.

Schrijf dan duidelijk op wat je allemaal in een beurt kan doen en wanneer het spel is afgelopen. Als je alle regels netjes hebt opgeschreven, test het dan. Je komt vaak tijdens het testen van je spel op andere ideeën of je merkt dat het spel helemaal zo loopt als jij in je hoofd had uitgedacht.
Als je zelf spellen bedenkt vergeet je vaak dat het voor jou logisch is maar voor anderen kan dat helemaal niet zo zijn. Dus test altijd een spel een paar keer uit.

Een kort overzicht als je de regels schrijft van jouw spel:

Waar gaat het over?
Wat heb je nodig?
2 dobbelstenen
Welke onderdelen heb je bij het spel?
5 figuren
4 boten
3 delen van het bord; knip deze uit en plak ze met een plakband aan elkaar vast
20 goudfiches
40 kaarten in 4 kleuren met de nummers 10 t/m 20
enz
enz
Hoe win je het spel of wat is het doel van het spel?
Wat kun je allemaal doen in een beurt?
Wanneer is het spel afgelopen?


Je kan natuurlijk ook jouw spelregels vertalen zodat mensen uit andere landen jouw spel ook kunnen spelen.